All about Ramp Heating

Need help?

Do you have questions about a product, is the product you are looking for not on our website or do you need a quotation? Please contact us by phone: +31(0)24 645 58 88



You are here Home - Ramp Heating - All about Ramp Heating

All about Ramp Heating

Ramp Heating is also called Surface Heating or Driveway Heating. Ramp Heating keeps surfaces and ramps passable and create a safe situation which prevents damage to people and materials. The Surface Heating from Enon can be applied to all exterior surfaces, such as entrances and exits, loading pits, stairs, platforms, biker-ramps, pedestrian ramps, wheelchair ramps, etc..


Surfaces

The Enon Road Surface Heating System can be applied for different road surfaces, such as concrete, asphalt, synthetic material, and vowels. For each type of road surfacing, Enon can supply a suitable heating system.

Installed power:
To keep the surface free of snow and ice, a certain power should be installed. This power is determined on the basis of the type of road surface and the length of time in order to get the road snow-and ice-free. In the Netherlands, we use the following values:

Surface type  surface heating Tire track heating 
Concrete & asphalt 200-250W/m2 280-300W/m2
Clinkers on sand 300W/m2 300-350W/m2
Plastic (epoxy mortar floor) 200W/m2 250W/m2

The above figures are indicative and serve as a guideline to be used.

Vlakverwarming:
Bij vlakverwarming wordt een aaneengesloten oppervlak geheel verwarmd.

 

Sporenverwarming:
Bij sporenverwarming voor één rijbaan worden twee stroken van ca. 600-1000mm verwarmd. Indien er twee rijbanen naast elkaar zijn (bijv. in- en uitrit), dan zijn er 2 x 2 sporen. Bij sporenverwarming is er een onverwarmde ruimte zowel tussen de sporen, als aan de zijkant van de sporen. Hier gaat meer warmte "verloren" dan bij toepassing van vlakverwarming. Daarom wordt voor sporenverwarming een hogere wattbelasting genomen (ca. 300W/m2).

 

Voor- en nadelen van sporenverwarming t.o.v. vlakverwarming:

Voordelen:

  • Minder oppervlak te verwarmen, dus goedkoper in aanschaf en sneller te monteren
  • Lager geïnstalleerd vermogen, waardoor een lager elektrisciteitsverbruik voor de gebruiker
  • Minder kans op beschadiging doordat er minder verwarmingskabel wordt gebruikt

Nadelen:

  • In het geval van een rijbaan met bochten wordt het lastig sporenverwarming toe te passen. De voor- en achterwielen volgen bij het draaien in een bocht niet hetzelfde spoor. Om dit enigszins op te lossen kan men brede sporen toepassen, echter is de stap naar vlakverwarming dan vaak niet meer zo groot en uit veiligheidsoverwegingen verstandiger.
  • Vrachtwagens hebben bredere banden dan personenauto's en daar zal dienovereenkomstig m.b.t. de breedte van het verwarmde rijspoor rekening mee moeten worden gehouden.
  • Bij ijzel en een bevroren wegdek zijn de sporen niet of moeilijk te zien. Bestuurders moeten middels bouwkundige oplossingen worden gedwongen over de verwarmde sporen te rijden, bijvoorbeeld door:
    - voorzieningen op het wegdek, zoals: varkensruggen, paaltjes of een railing.
    - de helling zo smal te maken dat men wel over het spoor moet rijden (max. 3m breed).


Dilatatievoegen:
De verwarmingskabel mag niet over een dilatatievoeg worden gelegd (NEN1010 §763.522.14.1: Verwarmingssystemen mogen niet over dilatatievoegen zijn gelegd). Dilatatievoegen zijn dus zeer bepalend voor de opbouw van het wegdekverwarmingssysteem.


Verwarmingskabel

Verwarmingskabel:
Voor wegdekken met beton, kunststof, gietasfalt of klinkers passen we ons type EHC OUTDOOR (zie ons specificatieblad) toe. Deze kenmerkt zich als een zeer robuuste kabel en is bestand tegen een kortstondige temperatuur van +235°C. Deze kabel beschikt over een retourader, waardoor door de eenzijdige aansluiting de montage en aansluiting wordt vereenvoudigd. Standaard is de verwarmingskabel voorzien van 10m aansluitkabel (koud eind).


Aansluitkabel (koud eind):
De verwarmingskabels zijn standaard voorzien van 10m aansluitkabel. De sensor heeft 15m aansluitkabel. Indien de afstand naar het regelpaneel groter is dan de lengte van de aansluitkabels, dan kunnen deze optioneel worden verlengd of men dient lasdozen te voorzien. Aanbrengen van de lasdozen wordt door derden verricht (elektrotechnisch installateur). Na montage van de verwarmingskabels dient men de einden van de aansluitkabels waterdicht af te dichten, in afwachting tot de aansluiting in het regelpaneel (meestal maanden later). Dit is ter voorkoming van vochtintreding.


Weersafhankelijke regelaar en sensor(en)

De weersafhankelijke regelaar zal het hellingbaanverwarmingssysteem alleen dan inschakelen als een combinatie van lage temperatuur met vocht, sneeuw of ijs wordt gedetecteerd. Ten opzichte van regelingen op basis van alleen temperatuur wordt hiermee een aanzienlijke energie- en dus kostenbesparing gerealiseerd.

plaatje regelaar Om het wegdekverwarmingssysteem op basis van temperatuur en vocht te kunnen regelen dient in het wegdek één of meerdere ijssensoren te worden gemonteerd. De ijssensoren meten de temperatuur en de vochtigheid van het wegdek. Indien op de sensor, ijs, sneeuw of vocht ligt, dan zal onder een vast ingestelde temperatuur een verwarmingselementje in de sensor het ijs, sneeuw, vocht smelten c.q. verdampen. Indien er geen ijsvorming, sneeuw of vocht meer is, zal de sensor vanzelf drogen en daarmee via een digitale weersafhankelijke regelaar het verwarmingssysteem na een bepaalde ingestelde tijd uitzetten. In principe gaan we uit van één sensor tot een oppervlak van ca. 50m2, daarboven passen we meestal twee sensoren toe.
plaatje sensor

Regelpaneel

Het Enon regelpaneel bestaat uit een staal gelakte of kunststof kast voor wandmontage binnen. In het Enon schakelpaneel zijn alle benodigde componenten opgenomen voor een optimale wegdekverwarming. De moderne digitale weersafhankelijke regelaar zorgt in samenwerking met de sensor(en) voor een kostenbesparende in- en uitschakeling van het wegdekverwarmingssysteem. De wegdekregelaar is door ons reeds ingesteld en getest met de optimale parameters en is zeer eenvoudig te bedienen. In het schakelpaneel zijn o.a. de volgende componenten opgenomen:

  • Hoofdschakelaar in de deur of in de kast
  • Aardlekschakelaar(s)
  • Digitale weersafhankelijke wegdekregelaar
  • Beveiligingsautoma(a)t(en)
  • Stuurstroomautoma(a)t(en)
  • Magneetschakelaar(s)
  • LED-lampen, VOEDING AANWEZIG, VERWARMING AAN
  • Bedrading in draadkokers
  • Klemmenstrook (voedingsspanning, elementen en aarde)
  • Diverse: bevestigings- en montagemateriaal, naamplaatjes, etc.
    Er wordt een elektrisch schema en gebruiksaanwijzing van het regelsysteem bijgeleverd.

Het voedingsspanningcircuit dient te zijn voorzien van een aardlekschakelaar (NEN-1010, §763.434). De aardlekschakelaar kan in het Enon regelpaneel worden opgenomen, of in het voedingsspanningcircuit vóór het regelpaneel.


Ontwerp

Bij het ontwerp van een hellingbaanverwarmingssysteem houden we rekening met o.a.:

  • Soort wegbedekking (beton, asfalt, kunststof of klinkers)
  • Soort verwarmingsmethode: vlakverwarming of sporenverwarming
  • Vermogen per m2
  • Aantal sensoren
  • Dilatatievoegen
  • Aanwezig elektrisch vermogen
  • Bouwkundige zaken

In onze offerte worden onderstaande zaken opgegeven:

Aantal elementen (verwarmingskabels) die worden toegepast
Verwarmingskabel ... m, ... W, 230 of 400V, voorzien van 10m aansluitkabel.

Aantal sensoren
Sensor, vocht en temperatuur, voorzien van 15m aansluitkabel.

Regelpaneel
Enon regelpaneel, staal gelakte of kunststof kast voor montage binnen bestaande uit o.a.:

  • Hoofdschakelaar
  • Aardlekschakelaar(s)
  • Digitale weersafhankelijke wegdekregelaar
  • Aantal verwarmingsgroepen
  • Beveiligingsautoma(a)t(en)
  • Stuurstroomautoma(a)t(en)
  • Magneetschakelaar(s)
  • LED-lampen, VOEDING AANWEZIG, VERWARMING AAN
  • Bedrading in draadkokers
  • Klemmenstrook (voedingsspanning, elementen en aarde)
  • Diverse: bevestigings- en montagemateriaal, naamplaatjes, etc. Er wordt een elektrisch schema en gebruiksaanwijzing van het regelsysteem bijgeleverd.

Montage
Montage wegdekverwarmingssysteem op locatie tijdens normale CAO-uren:

  • Montage van de verwarmingskabels op het bouwstaalnet / vlakke ondergrond
  • Montage van de sensorbuis(zen) (slagvast PVC ¾" of stalen buis ¾" )
  • Maken van een voorziening om later de sensor(en) te plaatsen

Nadat bovenstaande is uitgevoerd dient door derden de wegbedekking te worden aangebracht.Daarna komen we in een later stadium terug voor uitvoering van onderstaande zaken.

  • Enon levert het regelpaneel. De elektroinstallateur hangt het regelpaneel op en sluit de voeding aan en brengt de koude einden naar het regelpaneel
  • Montage van de sensor(en)
  • Aansluiten van de sensorkabel(s) en de koude einden op het regelpaneel
  • Controleren van de weerstand en isolatieweerstand (meetrapport Enon wegdekverwarmingssysteem)
  • Aansluiten en testen van de installatie (voedingsspanning dient aanwezig te zijn) (testrapport Enon wegdekverwarmingssysteem)

Opties
Optioneel kunnen onderstaande zaken worden opgegeven:

  • Draingootverwarming
  • Doormelding naar GBS
  • Manuele of automatische bediening
  • Levering van lasdozen
  • Uitbreiding van het regelpaneel met o.a.: rvs kast, afsluitbare vergrendeling, sokkel, ophangframe, alarmcontacten, anticondensverwarming, extra groepen, uitgebreide signalering, specifieke klanteisen
  • Onderhoudscontract

Montage

Opdracht:
Bij de opdrachtverstrekking dient men na te gaan of de afmetingen zoals gesteld tijdens de offertefase overeenkomt met de werkelijke afmetingen in het werk. Tevens dienen alle andere afwijkingen t.o.v. die gegevens waarbij in offertefase vanuit is gegaan, te worden vermeld. Eventuele aanpassingen van het systeem worden verwerkt en zal een meer- of minderprijs tot gevolg hebben.

Montage van het Enon wegdekverwarmingssysteem bestaat in chronologische volgorde uit:

Montage van de verwarmingskabel:
Let op bij het aanbrengen van de verwarmingskabel op de volgende zaken:

  • Het warme deel van de verwarmingskabel mag NOOIT worden ingekort, alleen de aansluitkabel (koud eind) mag worden ingekort of verlengd.
  • De verwarmingskabel dient maximaal om de 300mm te worden bevestigd (bijv. met bundelbandjes op bouwstaalnet of montagestrip op vloer), dit om verschuiven/drijven van de kabel te voorkomen. De sensorbuis kan men om de 600mm bevestigen.
  • De verwarmingskabel is met een mof waterdicht verbonden met een aansluitkabel (koud eind). De verwarmingskabel moet na het aanbrengen van de dekvloer volledig t/m de mof zijn omsloten door het beton/asfalt/kunsstof/zand. Het warme deel na de mof mag zich NOOIT buiten het beton/asfalt/kunststof/zand bevinden.
  • Verwarmingskabels mogen elkaar NOOIT raken of kruisen. Hetzelfde geldt voor de aansluitkabel, die de verwarmingskabel niet mag kruisen.
  • Tijdens montage van de verwarmingskabel en voor het aanbrengen van de dekvloer dient de weerstand en de isolatieweerstand van de kabel te worden gecontroleerd.
  • Men dient erop te letten de verwarmingskabel niet te beschadigen (geen zware of scherpe voorwerpen laten vallen, door loopplanken over de gemonteerde kabel te leggen wordt de kabel ook ontzien).


Montage van de sensoren(en):
Let op bij het aanbrengen van de sensor(en) op de volgende zaken:

  • De sensor dient bij voorkeur in het rijspoor te worden aangebracht.
  • De sensor dient horizontaal gelijk aan het oppervlak in het wegdek te worden geplaatst, ook indien het een helling betreft.
  • Het oppervlak  van de sensor (meetvlak) mag NOOIT worden bedekt met de afwerklaag.
  • De sensorbuis in de helling dient ø3/4" van slagvast PVC of staal te zijn.
  • De sensorbuis van de helling wordt aangesloten op de ø3/4" buis die door de gevel naar de locatie van het regelpaneel gaat.


Montage van het regelpaneel:
Het regelpaneel dient binnen tegen een wand of frame te worden gehangen. Let op de volgende zaken:

  • De voedingsspanning (3 x 400V + N + PE of 230V + PE) dient te zijn beveiligd met een aardlekschakelaar (zie NEN-1010,   §763.434). Standaard neemt Enon de aardlekschakelaar op in het regelpaneel.
  • De elektroinstallateur dient een geschikte voedingskabel naar het regelpaneel te leidne en aan te sluiten. Voor testen van het systeem dient de voedingsspanning te zijn aangesloten.
  • Het regelpaneel hangt binnen en is niet onderhevig aan weersinvloeden.
  • De koude einden van de verwarmingskabels en de sensorkabel dienen met kabelwartels aan de onderzijde van de kast te worden ingebracht en aangesloten op de klemmen.


Draingoten:
Onderaan een hellingbaan bevindt zich vaak een draingoot. Om te voorkomen dat het smeltwater door ijsvorming in de goot, niet weg kan, adviseren wij om ook deze draingoot te verwarmen door in de goot een stuk verwarmingskabel te leggen. Deze verwarmingskabel is meestal een zelflimiterende verwarmingskabel van 25W/m bij 0°C die los in de goot wordt gelegd. De goot dient een doorvoer te hebben t.b.v. de aansluitkabel (koud eind). De doorvoer dient voor het aanbrengen van de wegbedeeking gereed te zijn. De aansluitkabel (oud eind) dient naar het regelpaneel te worden geleid. In het regelpaneel wordt meestal een extra groep voor de draingootverwarming opgenomen.


Onderhoudscontract

Indien gewenst kan een onderhoudscontract voor een jaarlijkse controle voor aanvang van de winter worden uitgevoerd. Hierbij controleren we o.a.:

  • De weerstand en isolatieweerstand van de verwarmingskabels
  • De functie en gesteldheid van de sensor(en)
  • De ingestelde parameters van de digitale weersafhankelijke regelaar
  • De gesteldheid van het regelpaneel
  • Alle verbindingen in het regelpaneel
  • De werking van het verwarmingssysteem

Alle bevindingen worden verwerkt op een checklist en overhandigd aan de opdrachtgever.


De opdrachtgever of architect bepaald wat voor een wegdek wordt toegepast voor hellingbaanverwarming. Men kan kiezen tussen beton, asfalt, kunststof of klinkers. Warmtetechnisch is beton de beste vloerbedekking voor hellingbaanverwarming. Om architectonische redenen wordt ook gekozen voor andere vloerbedekkingen. Bij renovatie worden vanwege hun dunne afwerklaag vaak kunststof of asfalt gebruikt.


Installatie elektrische verwarming onder beton

Hellingbaaverwarming in beton is de meest voorkomende optie. De installatie van de verwarmingskabel vindt plaats op een vlakke ondergrond (beton) of direct op een bouwstaalnet. Aangezien de beton vloeibaar wordt aangebracht, is de verwarmingskabel geheel omsloten door beton en kan deze na uitharding van het beton direct zijn warmte afgeven. Door een laag van ca. 4cm bovenop de verwarmingskabel creert men een laag die snel warm is. Naarmate de betonlaag dikker is, wordt het systeem trager.

Vlakke ondergrond:

Verwarmingskabel:
De verwarmingskabel wordt met kunststof of metalen montageprofielen op de ondergrond gemonteerd. Het legpatroon en de onderlinge lusafstand wordt door Enon met een schets/tekening opgegeven.

IJs-sneeuwsensor(en):
De sensor(en) dient in het wegdek te komen. Hiervoor moet, voordat het beton wordt aangebracht een ruimte worden vrijgehouden om de sensor(en) te plaatsen. Dit kan met piepschuim, een blok hout of een pvc-buis. Tevens dient een buis (slagvast PVC ¾" ) te worden aangebracht waardoor later de sensorkabel kan worden getrokken. De hostaliet buis moet naar het piepschuim / blok hout / pvc-buis worden geleid en bevestigd en waterdicht worden afgewerkt.

Bouwstaalnet:

Verwarmingskabel:
De verwarmingskabel wordt met bijv. bundelbandjes op de bovenste bewapening (meestal bouwstaalnet 150x150x8mm) gemonteerd. Het legpatroon en de onderlinge lusafstand wordt door Enon met een schets/tekening opgegeven. Voor de montage heeft het de voorkeur de langsstaven van het bouwstaalnet aan de bovenkant te leggen evenwijdig aan de lengteas van de helling.

Ijs-sneeuwsensor(en):
Elke sensor dient bij voorkeur in het rijspoor te komen. Plaats deze op een positie waar men als eerste ijsvorming of sneeuw kan verwachten. In het geval van 2 sensoren wordt er meestal één boven en één onder geplaatst. Voordat het beton wordt aangebracht dient een ruimte te worden vrijgehouden om de sensor te plaatsen. Tevens moet een sensorbuis (slagvast PVC ¾") worden aangebracht waardoor later de sensorkabel kan worden getrokken. Een methode voor de sensorplaatsing is, gebruik te maken van een PVC buis (ø100mm) die zo´n 10cm boven de bewapening uitsteekt en onderin is afgedicht en voorzien is van een opening. Door deze opening wordt de sensorbuis gestoken en rondom afgedicht met bijv. PUR-schuim. Met een 90° bocht komt de sensorbuis tot aan de bovenkant van de PVC buis. De PVC buis wordt met bundelbandjes vast gezet aan het bouwstaalnet. De sensorbuis wordt eveneens goed bevestigd met bundelbandjes aan het bouwstaalnet.

Betonstort:
Let op bij het storten van het beton op de volgende zaken:

  • De verwarmingskabel is met een mof waterdicht verbonden met een aansluitkabel (koud eind). De verwarmingskabel moet na het aanbrengen van het beton volledig t/m de mof zijn omsloten door het beton. Het warme deel na de mof mag zich NOOIT buiten het beton bevinden.
  • Voor een gelijkmatige verwarming van het wegdek dient de betonlaag boven de verwarmingskabel overal gelijk te zijn, bij voorkeur ca. 3-4 cm. Indien de laag dikker is reageert het systeem trager.
  • Tijdens het storten de beton niet van grote hoogte laten vallen. Het verdient de voorkeur de beton met een slang te laten vloeien of met een kubel aan te brengen.
  • Tijdens het storten dient men er voor te waken dat de verwarmingskabel beschadigd wordt (geen zware of puntige voorwerpen laten vallen, oppassen dat men niet met de trilnaald(en) de kabel of sensorbuis beschadigd, met lopen de verwarmingskabel zoveel mogelijk ontzien, etc.).
  • Tijdens het storten dient men de weerstand en isolatieweerstand van de verwarmingskabels continue te controleren. Indien er een kabelbreuk is geconstateerd, deze direct repareren of de plaats markeren waar de beschadiging zit (het is meestal niet mogelijk in de vloeibare beton een reparatie uit te voeren). Later kan ter plaatse van de breuk het beton worden weggehakt en de kabel gerepareerd worden.

In bedrijf stellen:
Na uitharding van het betonnen wegdek mag het verwarmingssysteem in bedrijf worden gesteld (ca. 30 dagen). Men mag NOOIT het droogproces van het wegdek versnellen door inschakeling van het verwarmingssysteem.


Installatie elektrische verwarming onder gietasfalt

Installatie van de verwarmingskabel vindt plaats op een gladde (geen scherpe uitsteeksels) constructieve ondergrond (bijv. beton). Een mogelijke opbouw van de vloer is: Eerst wordt een laag "naakt glasvlies" of "gebitumeerd haarvilt" neergelegd. Hierop wordt de montagekabel met metalen montageprofielen gemonteerd. Na montage van de verwarmingskabel wordt één of twee lagen asfalt aangebracht. Bij één laag wordt meestal 25mm gietasfalt aangebracht, ingestrooid met grind 1/3 of zand. Bij twee lagen, worden 2 lagen gietasfalt van elk 25mm aangebracht, ingestrooid met grind 1/3 of zand. De verwarmingskabel komt in de 1e laag.

Verwarmingskabel:
De verwarmingskabel is geschikt voor toepassing in gietasfalt en geschikt voor temperaturen tot +235°C. De verwarmingskabel wordt met metalen montageprofielen op de ondergrond gemonteerd. Het legpatroon en de onderlinge lusafstand wordt door Enon met een schets/tekening opgegeven.

IJs-sneeuwsensor(en):
Elke sensor dient in het rijspoor in het wegdek te komen. Het kan zijn dat voor montage van de sensor(en) een sparing in de ondervloer moet worden gehakt. Het messing sensorhuis kan samen met een stalen sensorbuis (3/4" ) worden aangebracht. Later kan dan de sensorkabel worden getrokken.

Aanbrengen gietsafalt:
Let op bij het aanbrengen van het gietasfalt op de volgende zaken:

  • Alle toegepaste materialen dienen kortstondig een temperatuur van ca. 235°C kunnen weerstaan.
  • De verwarmingskabel is met een mof waterdicht verbonden met een aansluitkabel (koud eind). De verwarmingskabel moet na het aanbrengen van het asfalt volledig t/m de mof zijn omsloten door het asfalt. Het warme deel na de mof mag zich NOOIT buiten het asfalt bevinden.
  • Voor een gelijkmatig verwarming van het wegdek dient de asfaltlaag boven de verwarmingskabel overal gelijk te zijn.
  • Tijdens het aanbrengen van het gietasfalt dient men er voor te waken dat de verwarmingskabel niet beschadigd wordt (geen zware of puntige voorwerpen laten vallen, met lopen de verwarmingskabel zoveel mogelijk ontzien, etc.).
  • Tijdens het aanbrengen van het gietasfalt dient men de weerstand en isolatieweerstand van de verwarmingskabels continue te controleren. Indien er een kabelbreuk is geconstateerd, deze direct repareren.
  • Het warme deel van de verwarmingskabel mag NOOIT worden ingekort, alleen de aansluitkabel (koud eind) mag worden ingekort of verlengd.

 

In bedrijf stellen:
Na uitharding van het asfalt wegdek mag het verwarmingssysteem in bedrijf worden   gesteld (ca. 30 dagen). Men mag NOOIT het droogproces van het wegdek versnellen door inschakeling van het   verwarmingssysteem.


Installatie elektrische verwarming in zand onder klinkers

Onder tegels of klinkers maken wij altijd gebruik van verwarmingsmatten. Installatie van de verwarmingsmatten vindt het liefst plaats op een verdichte vlakke ondergrond met daarop styrofooma isolatieplaat met rasterfolie (bijv. Floormate van DOW). Hierover ca. 1cm zand waarop de verwarmingsmatten worden uitgerold. Op de verwarmingsmatten komt een laag gestabiliseerd zand dat ook wordt verdicht, waarop de klinkers/tegels worden aangebracht.

Omwille van architectonische eigenschappen willen architecten wel eens voor verwarming onder klinkers kiezen, echter om diverse redenen die hieronder zijn genoemd, geniet dit systeem niet onze voorkeur.

Verwarmingskabel:
De verwarmingskabel is dezelfde als die voor beton wordt toegepast echter dan op een mat verwerkt van 50cm breed en is geschikt voor toepassing in zand. De verwarmingskabel wordt op de onderisolatie gemonteerd. Het legpatroon wordt door Enon met een schets/tekening opgegeven.

IJs-sneeuwsensor(en):
De sensor dient het liefst in het rijspoor in het wegdek te komen. Hiervoor kan men het messing sensorhuis reeds plaatsen en tevens een sensorbuis per sensor (hostaliet buis ¾" ) aanbrengen. Hierdoor wordt later de sensorkabel(s) getrokken. Het is aan te bevelen, om het sensorhuis met cement tussen de klinkers te fixeren.

Aanbrengen klinkers:
Let op bij het aanbrengen van de klinkers op de volgende zaken:

  • De verwarmingskabel is met een mof waterdicht verbonden met een aansluitkabel (koud eind). De verwarmingskabel moet na het aanbrengen van de klinkers volledig t/m de mof zijn omsloten door het zand/cement. Het warme deel na de mof mag zich niet in de open lucht bevinden.
  • Tijdens het aanbrengen van de klinkers dient men er voor te waken dat de verwarmingskabel niet beschadigd wordt (geen zware of puntige voorwerpen laten vallen, met lopen de verwarmingskabel zoveel mogelijk ontzien, etc.).
  • Tijdens het aanbrengen van de klinkers dient men de weerstand en isolatieweerstand van de verwarmingskabels continue te controleren. Indien er een kabelbreuk is geconstateerd, deze direct repareren.
  • Het warme deel van de verwarmingskabel mag NOOIT worden ingekort, alleen de aansluitkabel (koud eind) mag worden ingekort of verlengd.

Eigenschappen verwarming in zand onder klinkers:

  • Zand isoleert zeer goed en draagt dus slecht warmte over.
  • Bij verwarming zal ook het vocht in het zand worden verwarmt. Dit kost extra (verdampings) energie.
  • Klinkers zijn dik (8 - 10cm), waardoor de warmtedoorvoer naar het oppervlak relatief lang duurt.

 

Nadelen elektrische verwarming in zand onder klinkers:

  • Traag systeem:
    Door bovenstaande eigenschappen is de reactietijd van zo'n systeem veel trager dan bij bijv. een betonnen wegdek. Om dit enigszins te verbeteren passen we vermogensdichtheid van 280-300W/m2 toe (beton ca. 240W/m2). De warmte afgifte kan worden verbeterd door de kabel te leggen in een gestabiliseerd verdicht zandbed (zand/cement).
  • Grote kans op beschadiging:
    Door een instabiele ondergrond en mogelijke verzakking van de klinkers is beschadiging van de verwarmingskabels groter dan bij systemen waarbij de verwarmingskabel in beton, asfalt of kunststof ligt.

Voordelen elektrische verwarming in zand onder klinkers:
Warmtetechnisch zijn er geen voordelen t.o.v. andere systemen, alleen architectonisch.

In bedrijf stellen:
Na uitharding van de zand/cement mag het verwarmingssysteem in bedrijf worden gesteld.


Installatie elektrische verwarming onder kunststof

Installatie van de verwarmingskabel vindt plaats op een constructieve gladde (geen scherpe uitsteeksels) ondergrond (beton).

Verwerkingcondities omgeving en vloer: temperatuur minimaal 15ºC en maximaal 30ºC met een relatieve vochtigheid van maximaal 70%. Achtereenvolgens worden de volgende werkzaamheden verricht, bijvoorbeeld:

  • Stofvrij stralen van de ondergrond
  • Aanbrengen van de wegdekverwarming
  • Aanbrengen van een primer
  • Aanbrengen van een epoxy troffelmortel
  • Aanbrengen van een schraaplaag
  • Aaanbrengen van instrooikwarts
  • Aanbrengen van een toplaag
  • Aanbrengen van een slijtlaag
    Totale systeemdikte is ca. 12-20mm.

Verwarmingskabel:
De verwarmingskabel wordt met kunststof of metalen montageprofielen op de ondergrond gemonteerd. Het legpatroon en de onderlinge lusafstand wordt door Enon met een schets/tekening opgegeven.

IJs-sneeuwsensor(en):
Elke sensor dient in het rijspoor in het wegdek te komen. Hiervoor moet, voordat de kunststof vloer wordt aangebracht een ruimte worden vrijgehouden om de sensor te plaatsen. De messing montagebus voor de sensor kan direct in de kunststof vloer worden aangebracht. Naar de messing sensorbus dient een hostaliet buis (3/4") te worden aangebracht waardoor later de sensorkabel kan worden getrokken. Het kan zelfs zijn dat voor elke sensor een sparing dient te worden gehakt in de ondervloer en een sleuf te worden gefreesd voor de sensorbuis.

Aanbrengen kunststof vloer:
Let op bij het aanbrengen van het kunststof op de volgende zaken:

  • De verwarmingskabel is met een mof waterdicht verbonden met een aansluitkabel (koud eind). De verwarmingskabel moet na het aanbrengen van het kunststof volledig t/m de mof zijn omsloten door het kunststof. Het warme deel na de mof mag zich NOOIT buiten het kunststof bevinden.
  • Voor een gelijkmatig verwarming van het wegdek dient de kunststof laag boven de verwarmingskabel overal gelijk te zijn.
  • Tijdens het aanbrengen van het kunststof dient men er voor te waken dat de verwarmingskabel niet beschadigd wordt (geen zware of puntige voorwerpen laten vallen, met lopen de verwarmingskabel zoveel mogelijk ontzien, etc.).
  • Tijdens het aanbrengen van het kunststof dient men de weerstand en isolatieweerstand van de verwarmingskabels continue te controleren. Indien er een kabelbreuk is geconstateerd, deze direct repareren.
  • Het warme deel van de verwarmingskabel mag NOOIT worden ingekort, alleen de aansluitkabel (koud eind) mag worden ingekort of verlengd.

In bedrijf stellen:
Na uitharding van de vloer mag het verwarmingssysteem in bedrijf worden gesteld (opgave leverancier vloer). Men mag NOOIT het droogproces van de vloer versnellen door inschakeling van het verwarmingssysteem.



There are no products matching the selection.